Participe présent en gérondif

Natuurlijk ken je de présent als je in de tegenwoordige tijd praat. Maar wist je dat er ook een participe présent is?

Als iets in het nu plaatsvindt, gebruik je de tegenwoordige tijd. In het Frans is er ook een meer specifieke manier om duidelijk te maken dat iets op dit moment gebeurt: de participe présent. Die vorm herken je door -ant achter het werkwoord.

Participe présent
De participe présent zegt direct iets over een zelfstandig naamwoord.

  • J’ai vu Martin achetant des pommes. (Ik zag Martin appels kopen)
  • C’est un livre traitant de l’art contemporain. (Het is een boek over moderne kunst.)
  • Les gens buvant un verre dans le bar. (De mensen die wat drinken in de bar.)

Gérondif
Het gérondif maak je op dezelfde manier. Je gebruikt deze vorm wanneer 2 gebeurtenissen tegelijkertijd plaatsvinden én als de hoofdzin en bijzin hetzelfde onderwerp hebben.
Het gérondif volgt altijd op het woord en.

  • J’ai vu Martin en achetant des pommes. (Ik zag Martin terwijl ik appels kocht.)
  • On peut se détendre en lisant un livre. (Je kunt uitrusten terwijl je een boek leest.)
  • Les gens dansenten buvant dans le bar. (De mensen die dansend en drinken in de bar.)

Zelf doen?
Je maakt de participe présent of het gérondif door van een werkwoord de wij-vorm te nemen, en het gedeelte ‘ons’ te vervangen voor ‘ant’.
Dus:

  • nous voulons > voul- > voulant
  • nous achetons > achet- > achetant
  • nous dansons > dans- > dansant
  • nous voyons > voy- > voyant

Attention
Er zijn 3 uitzonderingen: étant (van être/zijn), ayant (van avoir/hebben) en sachant (van savoir/weten).

Nieuwsbrief