Als je deze zomer over een Franse boulevard flaneert, dan is het misschien leuk om te weten dat het woord ‘boulevard’ uit het Nederlands komt.
Je zou het niet verwachten bij zo’n oer-Fransklinkend woord, maar ‘boulevard’ heeft zijn oorsprong in het Nederlands.
In de 16e eeuw hadden de Fransen waarschijnlijk behoefte aan een woord dat een verdedigingsmuur moest beschrijven. Nu hadden de Fransen al het woord bastion, maar blijkbaar was dat niet voldoende. De Fransen leenden daarop het Nederlandse woord bolwerk (toen nog geschreven als bolwerc). Natuurlijk was dat woord te lastig voor de Fransen om uit te spreken en die maakten er ‘boulevard’ van.
In de 17e en 18e eeuw werden de oude verdedigingswallen rond steden als Parijs afgebroken. Die werden omgevormd tot brede promenades met bomen aan weerszijden. Het woord mocht blijven waar het lag, maar kreeg een nieuwe betekenis. Een boulevard was geen verdedigingsmuur meer, maar een brede wandelweg op of langs de voormalige vestingwerken.
Het Nederlands kon dat woord in die betekenis ook wel gebruiken en leenden het woord ‘boulevard’ weer terug uit het Frans.




