fbpx

Hoofdbrekens: de subjonctif

Hoofdbrekens: de subjonctif

De subjonctif (aanvoegende wijs) kennen we in het Nederlands eigenlijk niet. Maar in het Frans kom je ‘m regelmatig tegen. Dat kan nog wel eens voor hoofdbrekens zorgen. Tijd om er eens naar te kijken!

Het subjonctif gebruik je wanneer er sprake is van iets subjectiefs. De werkwoordsvorm komt voor in een bijzin, na het woordje ‘que’. In de hoofdzin moet dan wel een werkwoord staan die een wil of wens uitdrukt, een gevoel, noodzaak, (on)mogelijkheid of onzekerheid.

Dus een zin als ‘Ik weet niet zeker of ze hem goed kent’ zou in het Frans om het subjonctif vragen. Immers: ‘Ik weet niet zeker’ is de hoofdzin waarin een onzekerheid staat, en ‘of ze hem goed kent’ is de bijzin.

Je komt het subjonctif veel tegen bij een noodzaak. Er moet iets gebeuren en dan begin je de zin met ‘Il faut que…’, waarna het werkwoord in subjonctif staat.

Hoe je het subjonctif maakt?

Stap 1: je pakt de stam van het werkwoord; hiervoor neem je de ils-vorm van het werkwoord en haalt daar de uitgang -ent vanaf.
Stap 2: achter de stam plak je -e, -es, -e, -ions, -iez, -ent.

Dus bij het werkwoord ‘réfléchir’ (nadenken) gaat het als volgt.
Stap 1: neem de stam (van ‘ils réfléchissent’) réfléchiss-.
Stap 2: que je réfléchisse, que tu réfléchisses, qu’il réfléchisse, que nous réfléchissions, que vous réfléchissiez, qu’ils réfléchissent.

Het eerdere voorbeeld ‘Ik weet niet zeker of ze hem goed kent’ vertaal je dus met: ‘Je ne suis pas sûr qu’elle le connaisse bien.’

Nog wat voorbeelden:

  • Marie wil dat Max komt.
    > Marie souhaite que Max vienne.
  • Ik wil dat je me komt helpen
    > Je veux que tu viennes m’aider.
  • We moeten nu gaan.
    > Il faut que nous sortions maintenant.
  • Het is jammer dat je de voorstelling hebt gemist.
    > C’est dommage que tu ait raté le spectacle.

Uitzondering: als de werkwoordsvervoeging bij ‘nous’ en ‘vous’ volledig verandert, dan verandert de stam van het werkwoord in de subjonctif-vorm mee bij ‘nous’ en bij ‘vous’.

Zie bijvoorbeeld bij het werkwoord ‘boire’. Stap 1 (pak de stam): ils boivent én nous buvons. Stap 2: que je boive, que tu boives, qu’il boive, que nous buvions, que vous buviez, qu’ils boivent.

De onregelmatige werkwoorden (être, avoir, faire, aller, pouvoir, vouloir, savoir, falloir enz.) zouden niet onregelmatig zijn als ze niet ook speciale vervoegingen krijgen in de subjonctif. Dat is – helaas – een kwestie van uit je hoofd leren.

Nieuwsbrief