fbpx

Toekomstmuziek & grammatica

Hoe zat het ook alweer als je over iets praat dat nog moet plaatsvinden? Gebruik je de futur simple of kun je overal het werkwoord ‘aller’ voor plakken?

Future proche

De future proche maak je met het werkwoord ‘aller’, gevolgd door het infinitief (het hele werkwoord).
Je gebruikt de futur proche voor:

Iets dat in de nabije toekomst gaat gebeuren, zonder tijdbepaling.
Hij neemt de metro. (in de betekenis van dat hij het zometeen doet)
> Il va prendre le métro.

Iets dat binnenkort of in de verdere toekomst staat te gebeuren mét tijdsbepaling.
Hij komt over een kwartier aan.
> Il va arriver dans un quart d’heure.

Hij gaat over 30 jaar met pensioen.
> Il va prendre sa retraite dans 30 ans.

Iets dat in het heden is begonnen en nog zal voortduren.
Haast je; het begint.
> Dépêchte-toi, ça va commencer.

Futur simple

De futur simple maak je als volgt. Stap 1: neem het hele werkwoord. Stap 2: plak achter het werkwoord de volgende uitgangen: -ai, -as, -a, -ons, -ez, -ont.
Dus bij commencer: je commencerai, tu commenceras, il commencera, nous commencerons, vous commencerez, ils commenceront.

Bij werkwoorden die eindigen op een e, laat je de e vervallen: réduire > nous réduirons.
Bij onregelmatige werkwoorden gebruik je niet het hele werkwoord, maar een aparte vorm die je het best uit je hoofd leert. De uitgangen zijn wel hetzelfde.

Voor gebeurtenissen in de toekomst. Meestal hoor je in het Nederlands hier ook dat je het werkwoord ‘zal’ wilt gebruiken.
Hij zal om 9 uur vertrekken.
> Il partira à 9 heures.

Il zal op je wachten bij de fontein.
> Je t’attendrai près de la fontaine.

Voor twee gelijktijdige handelingen in de toekomst.
Je zal Frans praten als je in Frankrijk bent.
> Tu parleras français quand tu seras en France.

Voor een toekomstige handeling die na de toekomstige hoofdhandeling plaatsvindt.
Vanavond vertel ik je waarom ik in Parijs ga werken.
> Ce soir je t’expliquerai pourquoi je vais travailler à Paris.

In schrijftaal, daar waar je in gesproken taal eerder de futur proche zou gebruiken:
Ik kom niet.
> Je ne viendrai pas.

Nieuwsbrief